NEDER-BETUWE - In de gemeente Neder-Betuwe is het aantal aangiftes van gestolen fietsen, brommers en snorfietsen in juli gestegen. Over de eerste zeven maanden van 2025 zijn in totaal dertien aangiftes geregistreerd. Dat zijn er meer dan in dezelfde periode vorig jaar, toen de teller nog lager stond. Opvallend is dat deze stijging vooral in juli zichtbaar werd, na een diefstalvrije maand juni.
De meeste aangiftes werden gedaan in maart, met vijf meldingen van een gestolen tweewieler. In juni werd er opvallend genoeg geen enkele aangifte geregistreerd, wat het laagste punt van het jaar markeerde. Juli liet daarna weer een lichte stijging zien.
Minder aangiftes, maar wat zegt dat? Hoewel het aantal geregistreerde diefstallen lager ligt dan in veel vergelijkbare gemeenten, betekent dit niet automatisch dat er ook minder fietsen worden gestolen. Experts wijzen erop dat veel fietsdiefstallen niet worden gemeld, bijvoorbeeld omdat slachtoffers de kans klein achten dat hun fiets wordt teruggevonden, of omdat het aangifteproces als omslachtig wordt ervaren.
Dat is een zorgwekkende trend, want zonder meldingen ontbreekt voor politie en gemeenten het zicht op de werkelijke omvang van het probleem. En zonder goed zicht, is ook gerichte aanpak lastiger.
Aangifte doen blijft belangrijk De gemeente en politie benadrukken daarom het belang van aangifte doen, ook als de kans op terugvinden klein lijkt. Alleen zo kunnen zij hotspots in kaart brengen, opsporingsacties opzetten en preventieve maatregelen nemen.
Fietsdiefstal blijft, ondanks de relatief lage cijfers in Neder-Betuwe, een hardnekkig probleem. Vooral bij stations, sportparken en winkelcentra zijn fietsen vaak doelwit. Politie en gemeente roepen op om altijd twee sloten te gebruiken – bij voorkeur een ringslot én een kettingslot – en fietsen zoveel mogelijk in het zicht en op drukke plekken te stallen.