CULEMBORG - Amsterdam heeft zijn ‘Augurkenkoning’ in de persoon van Oos Kesbeke, Culemborg heeft zijn ‘Keizerin van de Bruine Kroeg’. Dit is kasteleine Margriet Kuijer van Café de Mart. Het boek van Oos Kesbeke is een bestseller. De Culemborgse schrijfster Margriet Hunfeld die met Margriet Kuijer het boek Keizerin van de Bruine Kroeg, waar de gast koning is, schreef, merkt dat hun boek ook hoge ogen gaat gooien. “We hadden een onverwacht verrassende chemie en die is voelbaar door het hele boek.”
Hunfeld wordt altijd als een beetje ‘elitair’ mens gezien. “Ik heb letterkunde gestudeerd en had tot mijn 73ste nog nooit een bruine kroeg bezocht. Ik belandde voor het verjaardagsfeestje van een vriend in het café van Margriet Kuijer en toen vroeg ze me opeens, uit het niets, terwijl ze met een dienblad drank langs zeilde: ‘Wil je mijn boek schrijven?’ Daar heb ik na enige nadenkwerk JA op gezegd tot verbazing van een paar hoogstaande vrienden. Er was meteen een bepaalde chemie tussen mijn naamgenote Margriet en mij ondanks - of misschien wel dankzij - de ogenschijnlijke verschillen tussen ons.”
Levensverhaal optekenen De uitdaging was groot om het levensverhaal van de Keizerin van de Bruine Kroeg op te tekenen vertelt de Culemborgse schrijfster. “Hiervoor heb ik me verdiept in de levens van bekende schrijvers, zoals de legendarische kroegloper Simon Carmiggelt en de ooit in Buren woonachtige Midas Dekkers. Deze laatste heeft als zoon van een kroegbaas over zijn caféverleden Volledige Vergunning geschreven. Ook hij zegt, net als Margriet Kuijer, dat hij onder de bar is geboren.” Voor het schrijven van het boek heeft Hunfeld zich laten infecteren door de ‘gemiddelde kroegganger’ en de cultuur van de bruine kroeg. “Het eerste wat ik leerde was dat een kroeg gasten heeft en dat klanten naar een bordeel gaan. Ik moest ontzettend wennen aan de woordkeuze die gebruikelijk is in deze omgeving. Ik vroeg aan een stamgast hoeveel hij nou eigenlijk drinkt. En hij zei: ‘Na mijn vijftiende biertje stop ik met tellen.’ Hij vervolgde zijn verhaal met ‘Inmiddels heb ik een te hoge bloeddruk, een nieuwe hartklep, hartritmestoornissen, een kapotte knie en een kunstheup, maar ik heb een heel goede dokter, want hij zegt tegen mij: ‘Blijf maar gewoon een borrel drinken.’ Zo leerde ik een staaltje kroeghumor kennen.’
Sentiment ‘pakken’ Uiteindelijk heeft Hunfeld er anderhalf jaar over gedaan om het sentiment van de bruine kroeg te ‘pakken’ en te beschrijven. “Het fenomeen bruine kroeg behoort tot de canon van de Nederlandse volksidentiteit.” Of om het in haar eigen damesjargon te zeggen: “Ik ben het uiteindelijk énig gaan vinden.” De klik tussen de jongere Keizerin van de Bruine Kroeg en de oudere Culemborgse schrijfster ervaart Hunfeld als een cadeau. “Het is een speciale klik die we geen van beiden zagen aankomen. Bovendien heb ik in het café een heel andere wereld ontdekt. En wel die van de drank, de volkshumor, de gevatte opinies, de bijdehante kroegtijgers, de hilarische drankverhalen en de bijzondere levenslessen oftewel de wereld van een lach en een traan.” Afijn, drie huwelijksaanzoeken, vijf ‘relaasievoorstellen’ met Hee Doris Day ga je met me mee en vele drankontboezemingen verder, begint ze te schrijven. Over het gemiddelde drankgehalte van de stamgasten, de broodjes bal en borreltjes die rondgaan bij de vaste dinsdagochtend-ontmoetingen van de Golden Girls, de bezopen stunts van feestvierende jongeren of de ontroerende afscheidsceremonies van dierbare gasten.
Bijnaam Iedere kroegbezoeker - gast - heeft ook een bijnaam vertelt Hunfeld. “Ze noemen niemand bij zijn of haar echte naam. Wat je in Café de Mart hoort, zijn tot de verbeelding sprekende namen als: Teunis de Slof, Gerrit de Kip, Leen de Peuter en Rooie Bartus. Ook voor mij heeft het gestaalde cafékader een bijnaam verzonnen. Die staat in het boek. Je valt van je fiets als je die leest en hoe het boek eindigt.”