College van Neder-Betuwe wil gedenktekens bij KNIL-graven
Woensdag 11 februari 2026 | Jochem den Hertog
Ter illustratie.
NEDER-BETUWE - Gemeente Neder-Betuwe wil naast de al bestaande beschermde status voor graven van KNIL-militairen nu ook gedenktekens plaatsen. Daarbij is rekening gehouden met de wensen van de Molukse gemeenschap. Tijdens de raadsvergadering van 26 februari 2026 beslist de gemeenteraad over het vrijmaken van het budget voor de gedenktekens.
Het KNIL, het Koninklijk Nederlandsch‑Indisch Leger, bestond niet alleen uit Nederlanders, maar ook uit soldaten van Molukse afkomst die in Nederlands‑Indië hadden gediend. Na de opheffing van het KNIL in 1950 kwamen veel van deze Molukse militairen met hun gezinnen naar Nederland, en veel van hen en hun partners zijn begraven op begraafplaatsen rond Opheusden en Ochten.
Op 23 september 2021 besloot de gemeenteraad unaniem dat de graven van KNIL‑militairen een beschermde status kunnen krijgen. “Een gedenkteken en markeringen op de graven passen bij de erkenning en waardering voor de KNIL-militairen en hun families”, zegt wethouder Herma van Dijkhuizen.
57 graven beschermd Na verzoeken van nabestaanden kregen graven van KNIL-militairen en hun echtgenoten vanaf 2022 een beschermde status. Dat betekent dat de gemeente het grafrecht overneemt en zorgt voor onderhoud en beheer van de graven. Op dit moment zijn er 57 graven met de beschermde status. Het gaat hier om drie begraafplaatsen: de oude begraafplaats aan de Dalwagenseweg, de algemene begraafplaats aan de Markstraat, beide in Opheusden, en de begraafplaats van en bij de kerk van de Hervormde Gemeente in Ochten.
In overleg met de Molukse gemeenschap wil het college nu een gedenkteken op elk van de drie begraafplaatsen waar KNIL-militairen begraven liggen. Ze willen met een tekst op de gedenktekens het gevoel van de volgende generaties weerspiegelen. Daarnaast worden de betreffende graven gemarkeerd. Het college wil geld vrijmaken voor de realisatie van een ontwerp van twee Molukse kunstenaars. Het is nu aan de raad om daar om 26 februari over te beslissen.