REGIO - De oude raad vertrok eind maart, de nieuwe zit inmiddels. Ook in de SRC-regio vertrokken zo weer vele ervaren raadsleden om wisselende redenen. Hoe kijken zij terug op hun werk? SRC sprak drie ex-raadsleden over hun tijd in de raad: Diane de Zeeuw (VVD, West Betuwe), Joop de Jonge (Partij voor de Dieren, Buren) en Willijan Walhout (Culemborg van Nu, Culemborg).
Alle drie zijn ze het over één ding eens: het raadlidschap is belangrijk. “Als je geluk wil hebben in je eigen levensomgeving, dan is de gemeenteraad het belangrijkste instituut dat er is”, zegt Walhout. “De gemeenteraad gaat over zoveel dingen”, zegt De Jonge. En ook De Zeeuw: “Alles in je leefomgeving ligt bij de gemeente.”
Diane de Zeeuw (West Betuwe, VVD)Diane de Zeeuw woont nog altijd heerlijk in Neerijnen, vertelt ze. Ze is trots op het dorp, dat anders dan veel andere stadjes in de regio nog altijd dezelfde contouren aanhoudt als in de Middeleeuwen. Ze woont dan ook aan het einde van een grindpad, ver van de weg. Veilig voor de geiten, de kippen en – uiteraard – het varken.
Ooit werd ze opgeleid tot fysiotherapeut, via uitzendbureaus kwam ze terecht bij de gemeente Utrecht. Daar leerde ze de basis van het gemeentelijk werk. Maar zelf raadslid worden, dát kwam door de kinderen. Ze maakte zich zorgen over de staat van de fietspaden en de scholen in haar regio.
Ik miste het gezelligste en mooiste gemeentehuis, het kasteel van Neerijnen
“Een voormalig wethouder vroeg me: goh, Diaan, jij hebt altijd overal wel een mening over. Zou je dat niet kunnen inzetten in de raad?” Ze vermoed dat ook wel meespeelde dat ze een vrouw was: daar waren er op dat moment niet veel van.
Gezelligste gemeentehuisZe kwam in de raad van de toenmalige gemeente Neerijnen en stortte zich op welzijnskwesties. Een mooie tijd, zegt ze nu, al werd het gekenmerkt door de moeizame invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). "Je moet allemaal regels gaan verzinnen over zaken als rolstoelen die dan voor iedereen gelden. Prima in een gemeente waar duizend mensen zo'n regeling nodig hebben, maar bij ons was het altijd maar één of twee."
De gemeentelijke herindeling, waarbij Neerijnen samen met Lingewaal en Geldermalsen opging in de nieuwe gemeente West Betuwe, vond ze wel een bevalling. “Nadat de gemeenten fuseerden tot West Betuwe, miste ik het gezelligste en mooiste gemeentehuis, het kasteel van Neerijnen. We hadden nooit ruzie, ook al waren we het oneens, omdat de sfeer daar zo amicaal was.” Bij de gemeentelijke herindeling was dat dus even slikken. “Een moeizame periode.” Uiteindelijk kwam het goed.
Maar het meeste werk, dat zat ‘m in die eerste jaren. “Die eerste vier jaar, die waren pittig. Daarna wordt het raadswerk toch een herhaling van cyclussen. Dezelfde dossiers komen telkens terug.” Werd het niet anders toen Geldermalsen en Lingewaal erbij kwamen? “Nee. Er waren meer woorden en meer letters in de documenten, verder niks.”
Ze vindt wel – des VVD’s – dat er zeker tijdens de herindeling te veel geld is uitgegeven. “Niemand moest er op achteruitgaan, dus iedereen kreeg per regeling de meest gunstige variant.” Dat kon volgens haar door extra geld vanuit het Rijk. “Vervolgens spreekt men over een ravijnjaar als er weer minder geld is. Maar misschien hebben we op iets te grote voet geleefd.”
Jonge aanwasHet was niet haar bedoeling om toen terug te keren naar de raad, geeft ze toe. Het werd haar gevraagd. “De VVD West Betuwe zocht iemand die een beetje kon bemiddelen. En ik zei tijdens m’n afscheid ook al: ik ben net onkruid, iedere keer steek ik m’n kop weer op.” Er was toen ook nog niet genoeg jonge aanwas om de gaten te vullen, geeft ze toe. “We hebben nu gelukkig wat jonge mannen erbij.”
Maar het werd tijd om te stoppen. “Niet omdat het werk niet leuk is of dat het geen uitdaging bood, gewoon omdat het voor mij zo genoeg is. Het is aan anderen.”
Joop de Jonge (Buren, Partij voor de Dieren)Joop de Jonge zat zestien jaar in de gemeenteraad van Buren. Hij was de eerste – en enige – lid van de Partij voor de Dieren dat in de raad van een plattelandsgemeenschap zat. Ook nu staat er voor het raam van zijn huis tussen de boerenvelden een bordje: ‘Steun de natuur, eet geen vlees’.
“Ik wil iets doen voor dieren”, zegt De Jonge. “Ik heb dat eerst een tijdje bij de Dierenbescherming gedaan, maar dan loop je er tegenaan dat er in Nederland zo weinig is geregeld voor dieren.”
Die wetten konden beter, vond hij. Dus moest hij de politiek in. “Ook op gemeentelijk niveau is er veel wat je kan doen. Denk aan bouwvergunningen voor stallen. Daar kan je als gemeente iets aan doen, mits je dat wil.”
TegenstandGemakkelijk zou het niet worden, dat wist hij wel. “Je weet van tevoren dat het in de gemeenteraad weinig over dieren gaat. Je weet ook dat er in een plattelandsgemeenschap veel tegenstand zal zijn, met boeren en jagers als je buren.”
Juist daarom besloot hij dat zijn stem nodig was. Hij werd in eerste instantie met vijfhonderd stemmen verkozen – daarna elke raadsperiode met meer. Het kostte hem zeker in het begin veel tijd – zo’n 40 uur per week, omdat hij zich wilde inlezen.
Het belangrijkste wat ik heb gedaan, is dieren steeds weer op de agenda zetten
“We begonnen met de strijd tegen de nieuwe megastal de Knorhof, die in Buren zou worden gebouwd. Ik heb jarenlang campagne gevoerd om die stal weg te krijgen, om uitbreidingen tegen te houden, maar het ging moeizaam en lukte niet.” Toen brandde de stal af, herinnert De Jonge zich.
Hij wordt er nog steeds een beetje emotioneel van. “Ten minste 24.000 varkens, levend verbrand. Dan worden mensen even boos. Maar een week later moet er weer een varkenslapje op de barbecue.” Moedeloos wordt hij ervan. “Het is nu nog steeds als in de rest van Nederland: zoveel mogelijk productie voor zo weinig mogelijk kosten.” Ook de levensomstandigheden van biologisch gehouden varkens vindt hij “bedroevend”.
Op de agendaOf zijn werk impact heeft gehad? “Het belangrijkste wat ik heb gedaan, is dieren steeds weer op de agenda zetten”, zegt hij. “Er zijn wel kleine dingetjes die je kan bereiken, als het geen of weinig geld kost. We hebben een ballonnenverbod weten te regelen, bijvoorbeeld – dieren eten de resten van ballonnen op en gaan dan dood. Informatie over hoe je egels kan helpen. Bescherming in straatkolken, zodat padden niet vast komen te zitten. Dat soort dingen.”
En de Knorhof? “Die is nog steeds niet herbouwd. Het ligt nu bij de rechter, want de gemeente heeft het bestemmingsplan aangepast. Niet om dierenwelzijn natuurlijk, maar omdat er huizen moeten worden gebouwd.” Hij haalt zijn schouders op. “Voor mij ook prima, zolang de stal niet terugkomt.”
Helaas heeft het einde van zijn tijd als raadslid voor hem een zuur randje. Hij heeft zijn lidmaatschap van de Partij voor de Dieren inmiddels opgezegd, nadat hij door de partij naar de lijstduwerspositie werd verschoven. “Een heel goede reden heb ik nog steeds niet gehoord”, zegt hij bitter.
LijsttrekkerschapHij verloor zijn lijsttrekkerschap op het nationale partijcongres, waar de gehele landelijke partij stemt over de lijsten. En dus heeft hij zijn theorieën – was hij al te lang lijsttrekker? Kwam het omdat hij openbaar actievoerde met een dierenrechtenorganisatie? Kwam het omdat de beoogde lijsttrekker ook de bestuursvoorzitter van de partij was?
Uiteindelijk raakte de Partij voor de Buren die ene zetel kwijt – en verdween de partij daarmee van het platteland. “Lang niet iedereen hier was het met de Partij voor de Dieren eens, maar je hoorde wel vaak: meneer de Jonge heeft rare ideeën, maar hij zegt wel waar het op staat.”
Het gaat niet eens zozeer over dat hij niet meer in de raad zit, zegt De Jonge uiteindelijk. De koninklijke onderscheiding, die elk raadslid na 12 jaar krijgt, wees hij af. “Het moet er niet om gaan hoe lang je er zit, maar hoe je het doet, vind ik. En de koning, tja, iemand die voor zijn lol dieren doodschiet, daar hoef ik niks van.” Dat vond de burgemeester wel lastig door te brieven aan de koning, zegt De Jonge lachend.
Maar vooral: “Wat ik erg vind, is dat er nu niemand meer opkomt voor de dieren in Buren.”
Willijan Walhout (Culemborg, Culemborg van Nu)Voor Willijan Walhout begon de politiek met een simpele, praktische observatie: de Vianense Poort in Culemborg was “een ellendig ding”. Het kleine poortje was weliswaar één van slechts drie doorgangen waar je met de auto onder het spoor kon, maar het was zó klein dat het gevaarlijk werd voor fietsers.
“Ik deed mijn verhaal bij iemand die al actief was in de lokale politiek en die zei: tja, als je iets wil veranderen in Culemborg, dan kun je het beste zelf de politiek in gaan.” Zo geschiedde. Walhout voegde zich bij de lokale VVD. “Eerst deed ik bestuursactiviteiten, later werd ik bestuursvoorzitter.”
Maar toch voelde hij dat er meer nodig was. Uiteindelijk zou hij samen met verschillende andere lokale politici een eigen partij opzetten: Culemborg van Nu. “Puur omdat je dan geen dogma’s hebt uit Den Haag. Je hebt geen verplichtingen van een nationale partij. Het ging mij erom om Culemborg mooier te maken.”
Verschil makenHij stortte zich op dossiers als leefomgeving en ruimtelijke ordening. “Als raadslid is het natuurlijk wel lastig om individueel het verschil te maken – je maakt onderdeel van een ‘team’ van 21 raadsleden. Als fractie van vijf heb je daar natuurlijk wel meer aandeel in.”
De echte macht ligt echter bij de coalitie, waar Culemborg van Nu de afgelopen jaren deel van was. “Ik denk dat de samenwerking in de coalitie bepalend is. Als je elkaar wat gunt en goed kan onderhandelen in een coalitie, dan kun je heel wat bereiken.” Met partijen buiten de coalitie is dat lastiger, want dan heb je “wisselende meerderheden”.
Juist op zijn dossier was het vaak lastig. “We hebben beperkt grondeigendom hier in Culemborg. Je zit dan met vragen als ‘waar kunnen we dat nog aansluiten?’ De opties zijn beperkt. Dat is wel een mooie puzzel.”
StationskwartierTrots is hij op het Stationskwartier, het zwaarste en belangrijkste onderwerp waar hij zich de afgelopen jaren voor inzette – een grote woonwijk die tegen het station wordt aangebouwd, op het huidige bedrijventerrein Pavijen. “Hier hebben we de mogelijkheid om alles goed op elkaar te passen.
We hoeven niet ‘aan te plakken’. In plaats daarvan kijken we hoe we alle woningen naadloos laten aansluiten op de bestaande infrastructuur.”
Als raadslid is het natuurlijk wel lastig om individueel het verschil te maken – je maakt onderdeel van een ‘team’ van 21 raadsleden.
Hij is er al zes jaar bij betrokken, vanuit de commissie en uit de raad. Hij onderzocht bijvoorbeeld hoe de raad het beste geïnformeerd kon worden. “Het is een heel spannend project voor Culemborg, een van de grootste bouwprojecten in onze geschiedenis.”
Hij tikt alle complexiteiten af die er bij komen kijken: “Provinciale subsidies. Een energienetwerk, net nu we zitten met netcongestie. De NS, die hier voor de deur ligt. Parkeernormen, de verdeling van woningtypen voor verschillende inkomens. Je wil graag voor starters bouwen, maar er moeten ook woningen komen die wat duurder zijn om het project te bekostigen.”
Stapje terugNu lijkt het Stationskwartier voorzichtig op de rails te staan en Walhout kiest ervoor om een stapje terug te doen. “Ik heb twee jonge kinderen en nog veel andere hobby’s en uitdagingen”, zegt hij. “En na vijf jaar vind ik dat er ook wel ruimte moest zijn voor andere mensen.” Hij vroeg dus om een positie lager op de lijst – het werd plek 8.
“Niet zo laag dat ik uit beeld ben”, lacht hij. “Als we acht zetels hadden gehaald dan had ik ook graag weer meegedaan. Maar dan is de workload ook lager – ik werkte nu 15 uur in de week voor de raad – en is het dus lichter.” Uiteindelijk is de partij “gelukkig even groot gebleven”.