CULEMBORG - Burgemeester Marinka Mulder van Culemborg was aanwezig bij de herdenking van 75 jaar Molukkers in Nederland. Die bijeenkomst vond plaats in Amsterdam, aan de Javakade, waar driekwart eeuw geleden de eerste schepen met Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen aanlegden.
Mulder was daar namens Culemborg om steun en erkenning uit te spreken voor de Molukse gemeenschap, en in het bijzonder voor de Molukkers uit Culemborg. Sinds ongeveer 1965 maakt die gemeenschap deel uit van de stad.
Herdenking op historische plek De herdenking stond stil bij een ingrijpend hoofdstuk in de Nederlandse en Molukse geschiedenis. In 1951 kwamen Molukse KNIL-militairen en hun families per schip naar Nederland. Dat gebeurde niet vrijwillig, maar als gevolg van de politieke situatie na de onafhankelijkheid van Indonesië.
Tijdens de bijeenkomst ontmoette burgemeester Mulder ook Culemborgse Molukkers die als baby op die schepen hebben gezeten. “Dat besef maakt deze herdenking nog persoonlijker”, aldus Mulder.
Voorafgaand aan de officiële ceremonie werd ook het Marine monument onthuld. Dat monument staat op het publieke deel van het defensieterrein. Molukkers die destijds per schip naar Nederland kwamen, konden zich aanmelden om daarbij aanwezig te zijn en vanuit het Scheepvaartmuseum mee te varen naar de Javakade.
Verbonden met Culemborg Volgens Mulder is de Molukse gemeenschap al decennialang onlosmakelijk verbonden met Culemborg. “De Molukse gemeenschap heeft mede het DNA van Culemborg gevormd”, zegt zij. “Door hun geschiedenis te erkennen, maken we ruimte voor begrip, verbinding en respect, nu en voor volgende generaties.”
Daarmee is het volgens de burgemeester niet alleen een nationaal verhaal, maar nadrukkelijk ook een verhaal van Culemborg zelf.
Geen vrijwillige komst Na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in december 1949 werd het KNIL in juni 1950 opgeheven. Molukse KNIL-militairen wilden in veel gevallen worden gedemobiliseerd in het gebied van de Republik Maluku Selatan, die in april 1950 op Ambon was uitgeroepen.
Die keuze werd door Nederland, onder druk van de Indonesische regering, niet toegestaan. Ook een alternatief in Nieuw-Guinea ging niet door. Nadat een groep Molukse militairen in 1951 een rechtszaak tegen de Nederlandse staat won, bleef voor Nederland uiteindelijk alleen overbrenging naar Nederland over. Dat gebeurde onder dienstbevel en met de belofte dat het verblijf tijdelijk zou zijn. Die terugkeer kwam er uiteindelijk nooit.
Ontslag en onzekerheid Eenmaal aangekomen in Nederland werden de Molukse KNIL-militairen vrijwel direct ontslagen. Hun militaire status verviel en een duidelijk toekomstperspectief ontbrak.
Volgens de gemeente wist de eerste generatie ondanks die moeilijke omstandigheden hun gezinnen toch overeind te houden. De herdenking in Amsterdam stond daarom niet alleen in het teken van geschiedenis, maar ook van erkenning voor die veerkracht.