OMMEREN - Toen het Nationaal Archief begin 2023 een schatkaart uit de Tweede Wereldoorlog openbaar maakte, stond het Betuwse dorp Ommeren plotseling in de belangstelling van internationale media. De kaart verwees naar een mogelijke schat die vlak na de oorlog in de omgeving van Ommeren begraven zou zijn. Volgens het verhaal ging het om vier metalen kisten gevuld met sieraden, diamanten, gouden munten en andere kostbaarheden.
Het nieuws leidde tot een ware schatkoorts. Schatzoekers trokken naar Ommeren met metaaldetectors en schop, terwijl media uit binnen- en buitenland verslag deden van het opmerkelijke verhaal. De oorsprong van het mysterie lag echter niet in 2023, maar bijna tachtig jaar eerder.
Een verklaring uit 1946 De basis van het verhaal is een verklaring die op 2 december 1946 werd afgelegd door de Duitse oud-soldaat Helmut Sonder in Baden-Baden.
Sonder vertelde dat Duitse militairen tijdens de oorlog een grote hoeveelheid kostbaarheden in handen hadden gekregen. Volgens zijn verklaring waren deze afkomstig uit een beschadigd bankgebouw in Arnhem. De buit zou hebben bestaan uit gouden sieraden, horloges, diamanten, briljanten, speeldozen en munten.
Toen de oorlog ten einde liep en de Duitse troepen zich terugtrokken, zouden de kostbaarheden zijn opgeborgen in vier metalen kisten.
Begraven tussen Ommeren en Lienden Volgens Sonder werden de kisten in het voorjaar van 1945 begraven in de Betuwe.
In zijn verklaring beschreef hij een route vanuit Arnhem via Elst aan de Rijn en Ingen richting Ommeren. Tussen Ommeren en Lienden zou een veldweg hebben gelegen met een rij populieren langs een sloot. Bij de derde populier zouden de kisten op ongeveer vijftig tot zeventig centimeter diepte zijn begraven.
Bij zijn verklaring hoorde bovendien een schets waarop de locatie was aangegeven. Juist die combinatie van een gedetailleerde beschrijving en een kaart maakte dat het verhaal serieus werd genomen.
Onderzoek door de Nederlandse overheid De Nederlandse overheid besloot de zaak te onderzoeken. Omdat het mogelijk ging om geroofde eigendommen, werd het dossier ondergebracht bij de Centrale Vermogensopsporingsdienst.
Er werden verschillende zoekacties uitgevoerd. In 1947 werd Helmut Sonder zelfs naar Nederland gehaald om de locatie persoonlijk aan te wijzen. Ondanks meerdere pogingen werd echter niets gevonden. De vermeende kisten bleven spoorloos.
Twijfels over het verhaal Het uitblijven van een vondst leidde al snel tot twijfels.
Onderzoekers hielden rekening met verschillende mogelijkheden. Het kon zijn dat de schat eerder was opgegraven, maar ook dat Sonder zich had vergist of dat zijn verhaal niet volledig juist was. Later wezen historici bovendien op enkele tegenstrijdigheden in de verklaringen en de beschreven gebeurtenissen. Daardoor bleef onduidelijk hoeveel waarde aan het verhaal moest worden gehecht.
Ommeren wordt wereldnieuws Het dossier verdween uiteindelijk in de archieven en bleef daar tientallen jaren liggen. Daar kwam verandering in toen het Nationaal Archief de documenten begin 2023 openbaar maakte. De combinatie van een geheime schatkaart, een mogelijk miljoenenbedrag en een onopgelost mysterie bleek onweerstaanbaar voor media wereldwijd.
Journalisten uit binnen- en buitenland reisden af naar Ommeren. Schatzoekers verschenen in de weilanden en de gemeente Buren moest waarschuwen voor de risico's van illegale graafwerkzaamheden.
Later werd nog een officiële zoekactie uitgevoerd onder begeleiding van deskundigen. Ook daarbij werd geen schat gevonden.
Een mysterie zonder ontknoping Of de vermeende nazischat ooit werkelijk in Ommeren heeft gelegen, is nog altijd niet bewezen. De verklaringen van Helmut Sonder, de schatkaart en de zoekacties vormen samen een van de opmerkelijkste naoorlogse dossiers uit de Betuwe. Tegelijkertijd leverde geen van de onderzoeken het beslissende bewijs op dat de schat daadwerkelijk heeft bestaan of ooit op de aangegeven locatie begraven lag.
Daarmee blijft de nazischat van Ommeren vooral wat het al bijna tachtig jaar is: een historisch mysterie.