OCHTEN - Een filmcamera was in de jaren dertig een luxe die maar weinig mensen zich konden veroorloven. Toch legde winkelier Sam Frank uit Ochten het leven van zijn gezin én het dorpsleven uitgebreid vast. Zelfs in kleur. Meer dan tachtig jaar later geven die unieke amateurbeelden een zeldzame inkijk in het leven van de enige Joodse familie die Ochten vóór de Tweede Wereldoorlog kende.
Een gewoon gezin uit OchtenSam en Marie Frank woonden met hun dochters Betty en Ida. Ida werd door sommigen Ietje genoemd en door anderen Daatje. Sam had een goedlopende manufacturenzaak, waar inwoners uit Ochten en de omliggende dorpen terechtkonden voor onder meer kleding, stoffen, hoeden en huishoudtextiel. De winkel liep goed en het gezin kende geen tekorten.
Volgens hoofdconservator Annemiek Gringold van het Nationaal Holocaustmuseum maakte de familie volledig deel uit van het dorpsleven.
"Sam had in die tijd, en dat was best bijzonder, een camera. Hij filmde zijn dochters, zijn vrouw en hun tuin, maar ook allerlei gebeurtenissen in het dorp waar het gezin Frank onderdeel van uitmaakte."
"De familie Frank was echt onderdeel van het dorp waarin ze woonden, net als hun buren en andere dorpsbewoners," vertelt Gringold. "Maar er was één klein verschil dat voor de bewoners niet zoveel uitmaakte, maar uiteindelijk voor de familie Frank noodlottig werd. Ze waren de enige Joodse familie van Ochten."
Stap voor stap uitgeslotenNa de Duitse inval in mei 1940 veranderde het leven van de familie langzaam maar ingrijpend. De anti-Joodse maatregelen volgden elkaar in hoog tempo op.
"Sam was ondernemer, onderdeel van het verenigingsleven en de kinderen gingen naar school," vertelt Gringold. "Maar direct aan het begin van de bezetting begonnen de nazi's met het invoeren van allerlei anti-Joodse maatregelen."
Sam moest zijn winkel afstaan, verloor zijn inkomen en mocht niet langer deelnemen aan het verenigingsleven. De kinderen mochten uiteindelijk niet meer naar hun eigen school en kregen thuisonderwijs. Vanaf mei 1942 moest ook de familie Frank zichtbaar een Jodenster dragen.
"In dat kleine Ochten, werden ze door al die maatregelen steeds verder in een isolement gedrukt."
De laatste busOp 9 april 1943 kwam een einde aan het leven dat de familie jarenlang in Ochten had opgebouwd. Een bus stopte voor hun woning om het gezin op te halen.
De familie werd overgebracht naar Kamp Vught, dat in die periode diende als doorgangskamp voor Joden die nog in de provincies woonden. Nog geen twee maanden later werden Marie, Betty en Daatje met het zogenoemde kindertransport via Westerbork naar vernietigingskamp Sobibor gedeporteerd.
"Ze werden direct na aankomst uit de trein gejaagd, de gaskamers ingejaagd en vermoord."
Sam Frank bleef nog enige tijd achter in Vught, maar werd een maand later eveneens via Westerbork naar Sobibor gedeporteerd. Ook hij werd direct na aankomst vermoord.
Waarom doken zij niet onder?Het is een vraag die vaak wordt gesteld: waarom besloot de familie Frank niet onder te duiken? Volgens Gringold is daar geen eenvoudig antwoord op.
"We kunnen het Sam en Marie niet meer vragen. We kunnen alleen proberen hun afwegingen te begrijpen."
De familie wist uit eigen ervaring hoe gevaarlijk onderduiken kon zijn. Een familielid dat was ondergedoken, werd uiteindelijk op straat gezet toen er geen geld meer was om de onderduik te betalen.
"Ze wisten hoe groot het risico was en tegelijkertijd wisten ze niet wat deportatie werkelijk betekende. Wij kijken terug met de kennis van nu, maar Sam wist in 1943 niet wat hem in Sobibor te wachten stond."
De belofte van FinaVlak voordat de familie uit Ochten vertrok, gaf Daatje haar pop aan haar vriendinnetje Fina van Tuil. Fina beloofde dat ze goed voor de pop zou zorgen totdat Daatje terug zou komen. Die belofte hield zij haar hele leven vol.
Ze speelde nooit met de pop en bewaarde hem tientallen jaren zorgvuldig in een doos met vloeipapier. Zelfs tijdens de evacuatie van Ochten ging de pop met haar mee.
In 2021 werd de pop geschonken aan het Nationaal Holocaustmuseum. Restauratoren ontdekten dat het kwetsbare celluloid in de loop der jaren ernstig was aangetast. "Fina had geprobeerd het gezichtje met pleisters bij elkaar te houden," vertelt Gringold. "Maar juist die pleisters zorgden ervoor dat het materiaal verder achteruitging."
Na een zorgvuldige restauratie kreeg de pop een vaste plaats in het museum, naast de filmbeelden die Sam Frank zelf maakte.
Niet alleen hoe ze stiervenWaarom juist Daatje zo'n prominente plaats krijgt in het museum, legt Gringold eenvoudig uit. "Van een heel klein deel van de meer dan honderdduizend Nederlandse Joden die zijn vermoord, zijn nog tastbare voorwerpen bewaard gebleven. Van Daatje hebben we er zelfs drie: de filmbeelden, haar poesiealbum en de pop."
Maar belangrijker nog is de manier waarop bezoekers haar leren kennen.
"We willen dat bezoekers nadenken over Daatje als het meisje dat je buurmeisje had kunnen zijn. Een meisje dat met poppen speelde, vriendinnetjes had en van kersen hield."
Volgens Gringold is dat uiteindelijk waar het verhaal van de familie Frank over gaat.
"In dit museum herdenken we haar niet alleen omdat ze is vermoord. We herdenken haar vooral omdat ze heeft geleefd."
Juist daarom zijn de filmbeelden van Sam Frank zo bijzonder. Ze laten niet alleen zien wat de oorlog de familie heeft afgenomen, maar vooral wie zij waren: een gewoon gezin uit Ochten.