ECK EN WIEL - In SRC Straatverleden duiken we in de verhalen achter straatnamen in de streek. Kent u zelf nog een bijzondere straatnaam met een verhaal laat dit dan vooral weten aan de redactie.
Wie door de Adam van Delenstraat in Eck en Wiel loopt, komt terecht bij een naam met een bijzonder verhaal. Achter de straatnaam gaat de overlevering schuil van jonker Adam van Deelen, een edelman die in de zeventiende eeuw op kasteel Wiel woonde.
Dat kasteel stond ooit in Eck en Wiel, maar werd in 1840 gesloopt. Adam van Deelen, in de volksmond ook wel Daem genoemd, kwam uit een adellijke familie die oorspronkelijk op de Veluwe thuishoorde.
Jonker tussen de dorpelingen Volgens de overlevering voelde Adam zich niet thuis in het stijve kasteelleven. Hij had weinig op met deftige bezoeken en de omgangsvormen die daarbij hoorden.
Veel liever sprak hij met de schaapherder uit het dorp, keek hij mee bij de smid of zat hij in de herberg aan de Waal te praten met kooplieden en marskramers. Zijn twee zussen, met wie hij op het kasteel woonde, ergerden zich aan zijn omgang met het gewone volk. Die spanning liep uiteindelijk zo hoog op dat Adam besloot naar zee te gaan. Hij wilde avontuur en vertrok op een schip naar verre landen.
Schipbreuk bij Afrika De reis verliep aanvankelijk goed, maar in de buurt van Afrika kwam het schip in een zware storm terecht. Het schip sloeg op een klip, brak in stukken en zonk. Volgens het verhaal was Adam de enige overlevende.
Hij spoelde aan op een klein, onbewoond eiland voor de Afrikaanse kust. Het eiland lag ver van de vaarroutes, maar was vruchtbaar genoeg om te overleven. Daar kreeg het verhaal zijn meest opvallende wending. Adam zag op een dag hoe een leeuw en een grote slang met elkaar vochten. De slang dreigde de leeuw te wurgen. Adam greep zijn zwaard en sloeg de slang de kop af.
Leeuw als metgezel De leeuw viel hem daarna niet aan, maar werd volgens het verhaal juist zijn trouwe metgezel. Het dier ging met hem op jacht en waakte ’s nachts bij zijn eenvoudige onderkomen.
Toen er na jaren een schip langs het eiland kwam, wilde Adam mee terug. Maar de bemanning vond het te gevaarlijk om de leeuw aan boord te nemen. Adam weigerde zijn metgezel achter te laten en bleef op het eiland. Pas bij een tweede schip, dit keer een Nederlandse koopvaarder op weg naar Rotterdam, liet Adam zich overtuigen. De kapitein maakte duidelijk dat de leeuw in Nederland waarschijnlijk in een kooi zou belanden. Adam vertrok uiteindelijk zonder het dier.
Terug naar Eck en Wiel Na aankomst in Rotterdam had Adam niets meer. Hij zag er haveloos uit en had geen geld. Volgens het verhaal stal hij zelfs een brood bij een bakker, voordat hij verder reisde naar Eck en Wiel.
Daar werd hij bij het kasteel niet herkend en niet binnengelaten. Men dacht dat hij dood was, omdat het schip waarop hij ooit was vertrokken spoorloos verdwenen was. In de dorpsherberg werd hij uiteindelijk wel herkend door een oude dienaar van het kasteel. Daarna keerde Adam terug naar het kasteel, waar zijn zussen hem opnieuw probeerden buiten te houden. Hij drong alsnog binnen en nam zijn plek als heer van Eck en Wiel weer in.
Twee stenen leeuwen Een van zijn eerste daden zou zijn geweest dat hij de bakker in Rotterdam schadeloos stelde voor het brood dat hij had gestolen. Ook liet hij twee stenen leeuwen maken als herinnering aan het dier dat hij op het eiland had moeten achterlaten. Die leeuwen stonden volgens het verhaal aan de oprijlaan van het kasteel. Ze herinnerden Adam aan zijn jaren op het eiland en aan de vriendschap met de leeuw.
Feit of legende? Hoewel Adam van Deelen echt heeft bestaan, geldt het verhaal over zijn avonturen als een sage. Door de eeuwen heen zullen delen van het verhaal vermoedelijk zijn aangedikt of erbij zijn verzonnen.
Van Deelen bleef bekend als een kasteelheer die dicht bij de dorpelingen stond. Hij overleed in 1703. Volgens de overlevering was hij toen al bij leven een legende geworden.