WEST BETUWE - Beesd, Rhenoy, Tricht, Rumpt, Marienwaerdt, Heukelum en andere betuwse plaatsen kregen in 1725 te maken met rondtrekkende bendes. De groepen maakten zich schuldig aan inbraken, diefstal en gewelddadige overvallen. In officiële stukken werden ze omschreven als ‘heidenen, vagebonden en booswichten’.
De overheid had al langer te maken met dergelijke groepen. Het ging niet om één soort bende: naast rondtrekkende Roma werden ook zwervers, gedeserteerde soldaten en andere criminelen tot deze groepen gerekend. Sommige bendes waren gewapend met pistolen en snaphanen en trokken in groepen van ongeveer tien personen door verschillende delen van het land.
Brief zet klopjacht in gang De situatie werd zo ernstig dat de Raden van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen de ambtman van Beesd en Rhenoy waarschuwden voor een groep die zich tussen de Waal en de Rijn ophield. De ambtman moest maatregelen nemen om de groep op te sporen en aan te houden.
Op 19 september 1725 kwamen militairen vanuit het garnizoen van Zaltbommel en Tuil naar Beesd en Rhenoy. Ook lokale, weerbare mannen werden ingezet. Zij vormden zogenaamde ‘rotten’, groepen inwoners die konden worden bewapend en mee konden helpen bij de zoektocht.
Verdachten gevonden in de Linge De zoektocht leverde snel resultaat op. Een dag later werden vijf verdachten gevonden. Ze hadden zich volledig ontkleed in de Linge verborgen. De soldaten en inwoners moesten tot hun middel het koude water in om hen te kunnen arresteren.
Na de arrestatie werden de mannen naar Beesd gebracht. Om de bewakers na de zoektocht weer op temperatuur te krijgen, werden zes kannen jenever verstrekt. De kosten van 2 gulden en 8 stuivers werden, net als de andere uitgaven rond de klopjacht, nauwkeurig bijgehouden.
Een zesjarig kind Onder de vijf arrestanten bevond zich ook Abraham, een jongetje van slechts zes jaar oud. Hij werd uiteindelijk niet samen met de andere verdachten naar Zaltbommel gebracht. Wat er daarna met hem gebeurde, is niet bekend.
De overige arrestanten werden later naar Zaltbommel overgebracht en daar berecht. Verschillende leden van de bende werden ter dood veroordeeld en op zeer zware wijze geëxecuteerd.
Dossier bewaard in archief De klopjacht is bijna driehonderd jaar later nog goed te reconstrueren dankzij de bewaard gebleven archiefstukken. In het Regionaal Archief Rivierenland zijn onder meer de correspondentie, arrestaties en administratieve kosten terug te vinden. Zelfs de aanschaf van vijf broeken en vijf hemdrokken voor de gevangenen werd vastgelegd.
De documenten geven daarmee een bijzonder inkijkje in een periode waarin inwoners van de Betuwe samen met militairen op zoek gingen naar rondtrekkende bendes die in de streek voor grote onrust zorgden.